Quantcast
Detroit

Hoe de jonge Carl Craig zijn eerste clubs in Detroit en Amsterdam ervaarde

“Het publiek was losgeslagen. Het was alsof Jezus het geweldigste doelpunt ooit had gescoord.”

Sebastiaan van Velthoven

Paramount Artists

Op Koningsdag is Carl Craig een van de headliners op onze THUMP-stage tijdens Nassau Festival. Hoewel de Amerikaan vooral in Europa draait, verliet Craig nooit zijn thuishaven. Nog altijd woont hij net buiten het centrum van Detroit, waar hij zijn label Planet E runt. Detroit is misschien niet meer het Mekka van de clubscene, maar de legendarische herinneringen aan clubs als Cheeks en The Music Institute staan gegrift in zijn geheugen. THUMP belde hem op voor wat verhalen uit de oude doos; we spraken hem over zijn eerste clubbezoek ooit, zijn mooiste clubmomenten en de toekomst van techno.

Hoe herinner je jouw eerste clubervaring?
Ik was vijftien en ging met wat vrienden naar Cheeks, een dansbar in een van de voorsteden van Detroit. Jeff Mills draaide en het was ongelofelijk. Toentertijd moest je achttien zijn om binnen te komen, dus eigenlijk was ik drie jaar te vroeg. Cheeks was niet echt underground, Jeff Mills draaide er ook niet de techno waarvan de meeste mensen hem nu kennen. Hij draaide muziek die je op de radio hoorde: een mix van hiphop, house en disco.

Jeff 'The Wizard' Mills was resident bij club Cheeks in Detroit. Naar welke clubs ging je nog meer?
Ik ging vaak naar Thoughts en The Shelter, die tenten vond ik leuker omdat daar meer alternatieve muziek werk gedraaid – de muziek die je niet op de radio hoorde. Ik herinner me de resident-dj van The Shelter, hij heette Reggie en was een kleine, magere, donkere jongen. Hij leek op Prince en draaide muziek van The Cure, The Ballroom Blitz, en dat soort stijlen. Klokslag twaalf uur begon hij te housen. Hij mixte vooral Chicago- en Detroit-stijl door elkaar. Thoughts had meer de pump-up-the-volume-sfeer.

Niet lang daarna begonnen Chez Damier, Alton Miller and George Baker een eigen club: The Music Institute. Het had meer de warehousesfeer, ze waren gefascineerd door de sound van Chicago die ze hoorden in The Music Box (club van Frankie Knuckles red.) en Paradise Garage, waar Larry Levan resident was. Dat geluid wilde ze naar Detroit brengen. Het geluid was energieker en intenser. Er kwamen allerlei verschillende mensen af op de warehouseparty's. In de vakanties was het vaak nog drukker, dan waren veel studenten weer thuis en waren de clubs afgeladen met uitzinnige jongeren. Ik ben er muzikaal gevormd. Ging je ook clubben in Chicago?
Meerdere keren. The Music Box staat me het meest bij, ik denk dat ik daar drie keer ben geweest. Ik ontmoette er Ron Hardy – Kevin Saunderson stelde me aan hem voor. Hij was bezig een plaat te promoten en nam me mee de dj-booth in, waar Ron Hardy stond te draaien. De laatste keer dat ik de club bezocht was Frankie Knuckles er ook. Frankie kende ik niet echt, hij was totaal geen aandachtstrekker, maar maakte rustig een praatje met je. Ik denk dat ik hem na die keer nooit meer heb gezien. Wat was het vetste feest ooit?
Dat was dus in The Music Institute, toen ik Big Fun voor het eerst hoorde. Ik kan me niet herinneren of het nu Kevin Saunderson of Derrick May was die de plaat draaide, maar het leek wel een gekkenhuis. Mensen waren losgeslagen, ze schreeuwden en juichten. Het was alsof Jezus het geweldigste doelpunt ooit had gescoord.

Ik ben er bijna verdrietig om dat ik het heb gemist.
Het zou weer kunnen gebeuren. Ik denk dat mensen nu te vaak die muziek horen. Het is in de trant van: 'Oja, die plaat ken ik wel', daardoor is het verrassingseffect minder. Bovendien lijken veel platen op elkaar. Mensen zijn minder opgewonden door de muziek dan vroeger. Toen had bijna niemand een computer thuis, en mensen hadden geen internet. Je kon thuis alleen gamen op je ATARI-computer. Nu sluiten mensen zichzelf vaker op. Toentertijd ging iedereen meer naar buiten en luisterde je opgewonden naar de radio op het moment dat je favoriete plaat werd gedraaid. Mensen zijn nu eerder geneigd de hele dag te gamen of porno te kijken. Wat ik bedoel? Mensen zijn verwender. Je kunt de muziek nu op ieder moment opzetten. Ik zeg niet dat de mensen saaier zijn, maar die vorm van opgewondenheid zie je minder. Het zit minder in de cultuur.

Dat klinkt wel een beetje pessimistisch.
Ik heb overal ter wereld gedraaid en heb de interactie met het publiek zien veranderen. Toen ik voor het eerst in Japan draaide in Club Yellow, wist het publiek niet hoe ze moesten schreeuwen. Het had niet de sfeer zoals in New York in Paradise Garage, waar clubbers heel nadrukkelijk reageerden op de housemuziek en interactie hadden met de dj.

Wanneer kwam je voor het eerst naar Amsterdam?
In 1992 draaide ik voor het eerst in The Roxy. Ik herinner me Dimitri, de beste dj van allemaal. Sindsdien is er veel veranderd. Grote dancebedrijven als ID&T organiseren nu liever festivals, omdat je daar nu eenmaal betere zaken mee kan doen.

Je host Detroit Love, een groot feest op Ibiza. Is daar nog steeds de Detroit-spirit uit de vroege jaren negentig?
Mijn liefde voor Detroit zal ik altijd blijven uitdragen, ik hoop dat we dat ook op Ibiza kunnen laten zien. Hoe dan ook: I will keep it raw.


Carl Craig draait 27 april op de THUMP-stage tijdens
Nassau Festival.

Vanaf 7 juli t/m 13 oktober iedere donderdag Carl Craig presents Detroit Love bij Sankeys Ibiza.

Like THUMP Nederland om niets te missen.