Ik ging op visite bij het ouderlijk nest van Joris Voorn

Zijn vader vindt techno herrie, maar goed: Joris vond de klassieke composities van zijn vader lange tijd ook herrie.

|
sep. 1 2016, 2:35pm

Rebecca Camphens

"Als je hier dertig jaar geleden op bezoek was gekomen? Dan hoorde je uit elke slaapkamer hoe er met bladmuziek werd geworsteld," zegt Joris Voorn lachend. We zitten in een gemoedelijk kringetje in de woonkamer van een groot, oud landhuis ergens op het Brabantse platteland. In de hoek staat een statige piano, op grond bij mijn voeten ligt een kinderlijk klokkenspelletje. Naast me zit de 83-jarige vader Joop in een luie stoel, daarnaast zus Hadewijch (38), moeder Marijke en broer Jesse (40). Joris (39) zelf zit op de bank met zijn jongste kind op schoot. Jawel, vrijwel de hele familie Voorn is samengekomen.

Er is een goede reden voor deze vrolijke ontmoeting in het huis waar een van Nederlands meest prominente techno-dj's is opgegroeid: vrijdag draait Joris in het Concertgebouw, en ook de rest van de familie Voorn heeft een geschiedenis met de zaal. Hadewijch zong er in meerdere opera's en uitvoeringen, en Jesse draaide er eens als dj. Maar het begon natuurlijk allemaal met de pater familias: als componist van modern klassieke muziek schreef Joop in de jaren 70 een stuk voor het honderdjarig bestaan van de Vrije Universiteit, dat in het Concertgebouw werd uitgevoerd. Het was een hoogtepunt uit zijn carrière.

En deze ontmoeting is precies wat je je voorstelt bij een gezin dat weer bij het ouderlijk nest samenkomt. De kinderen schieten terug in oude rollen, en de ouders beweren dat belangrijke gebeurtenissen toch nét anders zijn gegaan dan het kroost zich herinnerde.

(Tekst gaat door onder de foto)

Alle foto's door Rebecca Camphens.

Ik trap maar vast een open deur in. "Je wordt toch gevormd door je opvoeding, door je ouders," zeg ik, "en het feit dat u een vooraanstaand componist bent, heeft ongetwijfeld veel betekend voor de muzikale ontwikkeling van jou, Joris." Joris lacht. "Jazeker! Zie je die platenspeler achter je staan? Die zal een jaar of veertig oud zijn, maar die werd vrij weinig gebruikt. Er stond hier nooit muziek aan. Ik weet nog hoe mijn vader iedere ochtend piano speelde, terwijl het zonlicht door dat raam naar binnen viel. En wij werden allemaal verplicht..." Er stijgt een gegrinnik op bij Jesse en Hadewijch. "...om instrumenten te leren bespelen."
Joop: "Ze gingen ook op sport, hoor!"
Joris: "Ik niet, hoor."
Moeder: "Jawel, je hebt aan ijshockey gedaan!"
Joris: "Niet waar! Hoe dan ook, we moesten iedere dag een uur oefenen. Dat deden we met een gemengd plezier."
Van vijf tot zes was het dagelijkse oefenuurtje. Dan moesten alle kinderen studeren op piano, cello of saxofoon. Joris speelde viool van zijn zevende tot zijn zestiende, vertelt hij. Hadewijch: "Als je hier viool aan het studeren was terwijl papa in de keuken stond te koken, en je speelde een foute noot? Dan kreeg je het wel te horen, hoor."
Joop: "Ja, die fouten hoor je. En als het een hardnekkige fout is, dan moet je er wel wat aan doen."
Joris lacht als boer met kiespijn. "Ja, ja, ja...."

Na een tijdje vond Joris viool 'niet meer cool'. "Ik wilde gewoon heavy metal en punk spelen. Van mijn moeder mocht het niet, maar toch kocht ik een elektrische gitaar. Die had ik onder mijn bed verstopt."
Jesse: "Onze ouders hebben altijd gezegd dat akoestische muziek de meest pure muziek was. Joris en ik gingen even de andere kant op."
Joris: "Ik mocht vervolgens geen gitaarversterker in huis nemen. Een vriendje had me laten zien dat je het koperen plaatje uit een digitaal horloge kon slopen, en dat kon gebruiken als element voor je akoestische gitaar. Die had ik op mijn gitaar geplakt en bij een oude radioversterker ingeplugd. Daar kwam een enorme herrie uit."

(Tekst gaat door onder de foto)

Maar goed, ook de muziek van vader Voorn werd door veel mensen als herrie gezien. Hij heeft periodes aan abstracte dodecafone en seriële muziek gewerkt, vertelt Joop. "Later ging ik weer 'gewoon' componeren, maar waarschijnlijk wel atonaal."
Joris: "Dat lag niet gemakkelijk in het gehoor, nee. We werden vaak meegesleept naar premières en bijzondere uitvoeringen, maar dat was echt uitzitten."
Joop: "Er zijn nog heel wat leuke foto's van Jesse en Joris die zich buiten ophielden en zich ervan wilden distantiëren, met Joris in de rol van bedelaar die niet naar binnen wilde komen."
Joris lacht. "Ja, ik was toen echt een skater en nam altijd mijn skateboard mee. Zoals je kunt zien, is er hier op het platteland weinig spannends om te skaten. Ik hoopte altijd dat ik voor of tijdens de première een stukje beton kon vinden waar ik wat mee kon doen. Pas rond mijn twintigste begon ik de muziek van papa te begrijpen. Ik kan me nog een première in de kathedraal in Den Bosch herinneren. Het was een orgelconcert en dit kwam heel hard binnen. Ik dacht zo'n beetje terug aan mijn hele muzikale opvoeding, waar ik vandaan kwam en alle muzikale momenten die we samen hebben meegemaakt."
Jesse: "Er was ook een periode dat ik bladmuziek heb bestudeerd en op cd's ging luisteren hoe zijn composities in elkaar zitten. Je weet natuurlijk alles van je vader, maar het was toch wel interessant om het op deze manier te bekijken."

Ik kan me ook wel voorstellen dat je je vader op zo'n manier beter leert kennen, zeg ik. Jesse: "Ik snap wel wat je bedoelt, en je hoort ook wel overeenkomsten. Mijn vader is heel beredenerend en pragmatisch, zijn muziek is dat ook. Het is soms bijna wiskundig, weloverwogen en met af en toe een grapje. Dat vind ik het mooie, je hebt hele mooie vondsten, een kwinkslag die even je aandacht pakt." Joop glimlacht: "Misschien wel, ja."

De eerste keer dat de ouders van Joris naar een show van hem gingen was in 2003, herinnert Joris zich. "Ik deed toen een zogenaamde liveset in 013, met Jeff Mills. Toen draaide ik nog een stuk steviger dan nu, en zij stonden helemaal geschrokken tegen de achterkant van de zaal. Hadewijch, jij was er vast ook bij om een handje vast te houden? En de eerste paar keer dat ik mijn muziek liet horen aan mama en papa... Ik heb mijn eerste album destijds toegeschoven of achtergelaten op de keukentafel."
Marijke: "Joop vond er niets aan!"
Joris: "Ik was wel een beetje huiverig om er kritiek op te krijgen. Er zijn binnen de moderne klassieke muziek natuurlijk ook een heleboel componisten die werken met repetitie in extreme vorm: Arvo Pärt en Philip Glass bijvoorbeeld. Maar dat is meer organisch, misschien ook muzikaler dan de mechanische repetitie van een drumcomputer. Ik denk dat ze het nooit helemaal hebben begrepen."
Joop: "Nee, nou, ja... Het is geen typische luistermuziek. Ik heb wel eens gezegd: er zou wat meer moeten gebéúren, wat meer afwisseling, meer groei naar iets toe. Maar dat doe jij op een andere manier. Een hoop mensen dansen daar natuurlijk op, maar dat is onze impuls niet. Wij hóren het alleen maar."

(Tekst gaat door onder de foto)

Toch waren ze er als trotse ouders bij toen Joris vorig jaar in het Concertgebouw draaide. "We waren een echte bezienswaardigheid," zegt Marijke lachend. "Mensen kwamen naast ons zitten, ze kwamen ons aaien." Joop: "Ze zagen sowieso dat we 'de doelgroep' niet waren en vroegen: 'Hoe komt u hier terecht?'

Ik vraag Joop of hij de show van zijn zoon kon waarderen. Hij is even stil. "Dat weet ik niet. Ik vind het moeilijk om te zeggen. Wat me het meest verbaasd heeft, is dat hij kwam met het Adagio van Barber."
Joris: "Ja, dat is natuurlijk een prachtig stuk. Het vinyl ervan heb ik hier ooit eens uit de platenkast geplukt, en gedraaid. Maar Ferry Corsten, Tiësto en nog veel meer dj's hebben zich eraan gewaagd om het te remixen of na te maken. Ik vond het een mooi stuk om écht te draaien. Soms kun je een moment creëren dat mensen niet hadden verwacht, en dat kan een hele grote impact hebben als je een stuk pakt dat mensen kennen."

En of hij het nu begrijpt of niet, Joop heeft ook wel eens meegewerkt aan een nummer van Joris, vertellen ze. Nee, MoMo is niet gezamenlijk achter de piano geschreven, maar kwam via een mailwisseling tot stand. Joop glimlacht. "Je mailt gewoon de MIDI-file door. Ja, dat is de manier waarop je tegenwoordig componeert, hè?"

Al de hele tijd klautert het jongste kind van Joris de benen van zijn vader op en af. Wil Joris de liefde voor muziek die hij van zijn vader heeft meegekregen eigenlijk ook doorgeven aan zijn eigen kinderen? Joris: "Het klinkt misschien gek, maar ik ben er niet zo mee bezig. Ik was altijd muziekverslaafd, het eerste wat ik deed zodra ik wakker werd was een cd aanzetten. Maar eh, sinds ik mijn eigen muziek maak en veel onderweg ben, luister ik thuis heel weinig muziek. Best jammer, ik hoor vaak van collega-dj's: 'Mijn vader had altijd soulplaten uit jaren 70 op, of disco, of dit of dat..' Ik geef mijn kinderen eigenlijk nog niet het goede voorbeeld. Maar goed: morgen hebben we een afspraak met een potentiële vioolleraar voor onze oudste zoon. Die is nu vierenhalf, en het zou fantastisch zijn als hij een instrument leert spelen. Ik heb hem vorig jaar ook al eens meegenomen naar Awakenings, en in mijn armen genomen terwijl ik voor 6000 man aan het spelen was, dat vond hij superleuk. Ik zal hem nog veel vaker meenemen naar festivals, maar ongetwijfeld komen ze daar weer tegen in opstand en gaan ze het supersaai vinden. Zo is het, hè? Je probeert je kinderen zoveel mogelijk kennis en interesse mee te geven, en moet dan maar hopen dat het goed komt."

Joris Voorn draait vrijdagavond in het Concertgebouw onder de vlag van Audio Obscura. Wil je langsgaan en de ouders van Joris een aai geven (of gewoon een high-five)? Wij geven wat kaartjes weg. Stuur voor vrijdagmiddag 12.00 uur een mailtje naar contestnl@vice.com waarin je uitlegt waarom jij die kaarten zou moeten krijgen.