Quantcast
IBIZA

DJ Harvey over Harveymania, mythes, legendes en Ibiza

“Een man is zo oud als de vrouw die hij voelt. In dat geval ben ik drieëntwintig.”

Josh Baines

Josh Baines

"Dat moet in 1984 zijn geweest, op een universiteitscampus in Vermont. Het was in die tijd nog legaal," vertelt Harvey William Bassett me over zijn eerste pil. "Het werd aangemerkt als een designerdrug – een zeer aangename ervaring."

Je kent Bassett als mede-eigenaar van het label Black Cock, als eigenaar van de legendarische Sarcastic-feesten, als een van de genieën achter de legendarische Tonka Hi-Fi-crew, als onderdeel van swamp rock halfgoden Map of Africa, of – heel misschien – als DJ Harvey, een van de beste selectors die ooit achter de draaitafels heeft plaatsgenomen. Je bent inmiddels vast ook op de hoogte van het verhaal van DJ Harvey: je weet dat hij als tiener drumde in een punkband en zijn wilde jaren in New York halverwege de jaren tachtig zijn je ook niet onbekend. Ook heb je gehoord over de raves in Brighton en op Hawaï. Je weet dit allemaal omdat iedereen tegenwoordig op de hoogte is van DJ Harvey – geen slechte prestatie voor een knul uit Engeland die de neiging heeft om obscure discoplaten te draaien.

"Het is grappig: ik zie mezelf niet als een beroemd persoon, maar ik kan nergens heengaan zonder te worden herkend," vertelt hij me over de telefoon vanuit het befaamde Pikes Hotel op Ibiza, waar zijn door Queen geïnspireerde zomer-residency, Mercury Rising, z'n einde nadert. "Ik weet niet of ik een bepaalde look heb, of dat er daadwerkelijk miljoenen Harvey-aanbidders rondlopen. Zelfs in Londen, New York, Tokio – enorme steden waar je opgaat in de massa – stappen mensen op me af omdat ze met me op de foto willen. Het is fijn dat mensen me leuk vinden. Het geeft me een goed gevoel."

Je zou kunnen stellen dat oktober 2012 de tweede komst van een dj markeerde die, laten we eerlijk zijn, een beetje op Jezus lijkt. Nadat hij een decennium in Amerika doorbracht – met uitstapjes naar Japan, een land dat voortdurend in de greep van Harveymania lijkt te zijn – keerde hij uiteindelijk terug naar Engeland.

Festivals zijn duidelijk een buitenkansje voor dj's en hun bankrekeningen, en we vinden het allemaal geweldig om zoveel artiesten op zo'n handige manier te zien – zelfs als onze portemonnees zich net zo slecht voelen als wij de maandag daarop. Maar volgens Bassett betalen we daar een – metaforische – prijs voor: de hele festivalervaring komt neer op niets anders dan harde cash.

"De opkomst van het festival is een interessant fenomeen. Ze moeten goed zijn voor de zaken, want er zijn er veel van. Vijfentwintig jaar geleden heetten ze illegale raves, en waren het clandestiene aangelegenheden," zegt hij. Nu lijken het zaken te zijn die worden gesponsord door de staat en het bedrijfsleven. Wat allemaal prima is, maar ik ben persoonlijk een man van de nachtclub. Ik kom uit de sferen van nachtclubs en loodsen, het is een hele andere dynamiek om te spelen op podia en in tenten dan op open velden. Door de jaren heen ben ik wel gewend geraakt om met die omgeving om te gaan, en soms is het behoorlijk moeilijk om te dansen als je tot aan je knieën in de modder staat. Ik geniet er nog steeds van." Ik vraag hem of het hem niet zwaar valt om de hele zomer onderweg te zijn. "In de afgelopen drie maanden heb ik dertig gigs gehad. Dertig dagen breng je door met het daadwerkelijk doen van de gigs, dertig dagen ben je aan het slapen en dertig dagen breng je door op vliegvelden. Het kan een beetje vermoeiend zijn, dit leven op de weg. Maar ik heb geleerd om te genieten van wachten. Toen ik dat eenmaal onder de knie had, werd mijn leven een stuk makkelijker."

Wanneer je DJ Harvey noemt, is er één woord dat vaak naar voren komt: legende. Het legendarische is een dubbelzijdig zwaard. Aan de ene kant suggereert het dat het onderwerp zo'n titel verdient, dat het werk ze boven hun collega's laat uitstijgen en ze in een soort speciale categorie plaatst boven gewone stervelingen. Aan de andere kant bevat het een element dat dingen aan het verleden overdraagt. Iemand een legende noemen is op subtiele wijze suggereren dat zijn beste dagen achter hem liggen. Harvey is het hier niet mee eens.

"Ik denk dat er moderne legendarische dingen aan de hand zijn. Ik vind het leuk dat mensen mij legendarisch noemen, omdat de mensen die ik zelf als zodanig beschouw helden zijn, of, in ieder geval mensen die coole dingen hebben gedaan. Ik zie het als een compliment. Legendes betalen niet je rekeningen, dat kan ik je wel vertellen. Bekendheid is geen middel tot een doel. Je kan beroemd zijn omdat je een seriemoordenaar bent, maar dat betekent niet dat je cool of happening bent. Ik wil graag dat mensen me nu ook als happening zien."

Bassett betrad de moderne tijd vorige maand, toen hij zijn debuut maakte bij Boiler Room. "Ik probeerde het visueel interessanter te maken dan Gerard Veenman in een kapperszaak in Purmerend met wat neuspeuteraars en sms'ers op de achtergrond," vertelt hij me – en dat was te merken. Harvey was in een goede bui en trakteerde zijn Milanese publiek op een karakteristieke set met kosmische disco, boogieknallers en een absolute nextlevel edit van Petula Clarks cover van I'm Not In Love (ja, dat lees je goed). Het was alles wat je kan verlangen van een DJ Harvey Boiler Room-set. Hij dropte zelfs nog Gene Wilders Pure Imagination, de soundtrack van Willy Wonka and the Chocolate Factory.

"Wanneer ik draai, communiceer ik via de muziek." Hij is zich ervan bewust dat mensen als ik geneigd zijn om teveel achter zijn selecties te zoeken. "Mensen kunnen dingen interpreteren waar ik geen weet van heb," zegt hij. Ik weet zeker dat iemand als jij dingen ziet of hoort en je afvraagt waarom ik bepaalde dingen heb gedaan. Het Willy Wonka-ding was niet enorm gekunsteld. Ik vond het gewoon een prachtig stukje muziek, dat de aandacht van mensen zou trekken. Het is een bescheiden manier om het tempo te veranderen – dat is alles." En ik maar denken dat het een goddelijke interventie was.

Bassett is even oud als mijn vader. Ik vroeg hem voorzichtig of hij zich nooit oud voelt. "Ik ben niet oud! Zo simpel is het. Ik ken dj's die in de zeventig zijn. Een man is zo oud als de vrouw die hij voelt. Dat maakt mij dus drieëntwintig. Ik zeg graag dat mijn leven nu het eind van het begin is."

Ik opperde het idee dat clubben voor jonge mensen is – en Bassett was het wederom niet met mij eens. "Toen ik een tiener was leek het alsof disco iets was voor mensen van dertig, veertig en vijftig. Het echte clubben is iets voor mensen van middelbare leeftijd. De kids beginnen het pas net te leren. De tandenknarsende, rondrollende ding is niveau één, de beginfase. Als je foto's van Studio 54 bekijkt is er geen enkele tiener op te bekennen. Er is waarschijnlijk niemand onder de vijfendertig. Het moderne tijdperk van clubben, begon met acid house. Mensen begonnen feesten te geven om op muziek te dansen en het leven te vieren. Toen realiseerden ze zich dat ze er geld mee verdienden, en werd het een business. Het is gewoon handelswaar – het maakt eigenlijk niet echt uit wat het precies is, het zou net zo goed een doos waspoeder kunnen zijn. De raad van bestuur heeft een product te verkopen: het feest. Je zou diezelfde bestuursleden kunnen benaderen met een nieuwe versie van een kruisraket of landmijn en ze vertellen dat ze daar veel geld mee zouden kunnen verdienen. Ze zouden direct overstappen." Ik moet er hier wel op wijzen dat DJ Harveys tours in het verleden zijn gefinancierd door grote bedrijven. Hij is willens en wetens medeplichtig. Maar ja, zijn we dat niet allemaal?

We eindigen waar we begonnen: Pikes Hotel. Pikes is een instituut op Ibiza en een wereldberoemde plek voor bacchantische overdaad en losbandigheid. Je herkent het waarschijnlijk uit de video van Club Tropicana. De laatste paar weken heeft Bassett hier iedere maandagavond een uurtje of zes gedraaid – "een droom die werkelijkheid is geworden," vertelt hij me. Het is makkelijk het Ibiza van Harvey te zien als een soort mystieke, hippy-dippy, yoga & acid versie van een mythische 'authentieke' ervaring. Maar Bassett benadrukt dat de goedkope drankjes – en de nog goedkopere kip – van het West End even 'echt' zijn. "Twee euro-biertjes zijn even authentiek als Bianca Jagger die quaaludes bestelt bij de room service. Het zijn allemaal jonge mensen die naar de klote gaan op het witte eiland. Het ene deel heeft alleen meer geld dan het andere. Er is altijd het exotische en het hedonistische geweest, je kan het een niet hebben zonder het ander. Denk maar aan Club Tropicana van Wham – dat was net zo goed een anthem van West End als van Pikes. Er gaat geen week voorbij waarin ik die plaat niet draai, want het is een essentieel onderdeel van het hele gebeuren."

Ik sluit af met één laatste vraag. Verdient Ibiza het om zo enorm geromantiseerd te worden? "Ja. Al kan je niet verwachten dat het je leven gaat redden. It takes two to tango. Mensen nemen verschillende posities in binnen de scene. Er zijn legendes en verhalen die teruggaan van de Romeinse orgies naar de beats-scene en van de vroege balearic scene naar voetbalhooligans.. Je bent zelf verantwoordelijk voor de ervaring die je hier opdoet. Ibiza is een prachtig doek om je ervaring op te tekenen."