In gesprek met David August

We vroegen de Duitse Maestro naar zijn opleiding tot Tonmeister, zijn nieuwe EP en zijn samenwerking met het Deutsches Symphony-Orchester Berlin

|
jun. 8 2016, 1:00pm

David August en ik zijn ongeveer even oud. Normaal als ik zie dat iemand meer met zijn leven heeft gedaan dan ik, vraag ik me af wat ik verkeerd heb gedaan. Bij mijn gesprek met David, via Skype, werd snel duidelijk dat het in dit geval niet te maken had met wat ik verkeerd doe, maar wat hij allemaal goed doet.

De afgelopen tien jaar heeft hij zijn reputatie zorgvuldig opgebouwd. Er is nauwelijks een misplaatste opmerking verschenen over zijn muziek. Waar jonge producers gigs en aandacht van blogs najagen en meestal maar wat in het rond releasen, beperkt August zich tot af en toe iets uitbrengen dat heel erg goed is. In 2011, toen hij zijn veelgeprezen EP Instant Harmony uitbracht, begon hij aan de opleiding Tonmeister – een specialist in muziekproductie en -theorie – waarvoor hij vanuit Hamburg naar Berlijn verhuisde. Zijn studie muziekproductie heeft hem geholpen om te focussen op de precisie van zijn werk. Dat hoor je terug in zijn vloeiende live set, en zijn orkestrale ambities.

August brengt binnenkort een nieuwe EP uit. Dit keer via het zusterlabel van Ninja Tune, Counter Records. De EP, bestaande uit de liedjes J.B.Y. en Ouvert, is wederom prachtig. Weelderige tracks die ingewikkeld zijn, zonder saai of overdreven te klinken. Terwijl hij zijn studie afmaakt, met meer aandacht voor zijn muziek dan voorheen, lijkt het erop dat August op het punt staat om de volgende fase van zijn jonge carrière te betreden.

THUMP: Laten we beginnen bij je opleiding. Sta je op het punt om af te studeren?
David August: Nee, ik ben nog steeds aan het studeren. Ik ben net klaar met het eerste deel van mijn laatste examens, als het goed is ben ik volgend jaar in januari of februari klaar. Ik zou eigenlijk dit semester af kunnen studeren, maar ik heb zo hard gewerkt aan de examens in februari, dat ik niet gelijk weer aan een periode van hard studeren wilde beginnen.

Was het lastig om naast je studie aan je eigen muziek te werken, en daarnaast ook nog te touren?
Het was de afgelopen vijf jaar echt een puinhoop. Het touren is nog nooit zo intens geweest als nu. Ik gebruik niet graag het woord 'carrière', maar het is nu heftiger dan ooit. Het was in het begin makkelijker om te managen. Mijn toekomst was toen Tonmeister worden en platen produceren, maar na een tijdje veranderde alles. Mijn studie kwam, zonder dat ik dat wilde, op de tweede plek te staan. Na een tijdje werd het steeds moeilijker om die twee dingen te combineren. Het leek me toen leuker om aan mijn eigen muziek te werken. Ik kan al mijn creativiteit kwijt in het produceren van mijn eigen werk, dat mis ik soms op de opleiding.

Heeft de opleiding invloed gehad op de manier waarop je muziek maakt?
Helemaal. Op de universiteit zit je tussen briljante mensen, zowel docenten als studenten. Dat is inspirerend – ik word omringd door mensen die ik bewonder. Wat mij ook echt heeft geholpen is het constante contact met muziek. Ik ben voortdurend bezig geweest met theorie en techniek, dat heeft een enorme invloed gehad.

En nachtclubs? Zijn die nog inspirerend?
In het begin, zeker. Clubs hebben ervoor gezorgd dat ik dit soort muziek wilde maken. Die omgeving is de afgelopen jaren een deel van mijn leven geworden, dus ik kan het belang ervan niet ontkennen. Maar ik ben er laatst achter gekomen dat die omgeving ook ontzettend vermoeiend is. Het vreet je op. Ik heb geen idee hoeveel inspiratie ik nu nog uit de clubscene haal.

Dat is interessant. We zijn even oud, maar ik ben clubs zeker nog niet beu. Komt het omdat je muziek produceert?
Het is een heel ander verhaal als je er al op vroege leeftijd mee begint. Soms hoor je oudere producers zeggen dat je als 25-jarige nog niks weet. Ik ben dan misschien wel tien jaar jonger dan die producers, maar ik doe dit al negen jaar. Negen jaar voelt als een lange tijd voor mij.

Ben je opgegroeid met klassieke muziek?
Ja, het was een groot onderdeel in mijn jeugd. Mijn vader speelt piano en mijn moeder is ook een grote muziekliefhebber. Mijn broer is muzikant en geluidstechnicus.

Wat vinden zij van je muziek?
In het begin vonden ze het maar niks. Toen ik begon, begrepen ze niet helemaal waar ik mee bezig was, maar sinds een paar jaar staan ze er volledig achter. Ik ben een stapje verder gegaan en nu gaat het niet meer alleen om dancemuziek. Tegenwoordig vinden mijn moeder en mijn broer het echt tof wat ik doe.

Hoe kwam de samenwerking met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin tot stand?
Ik kreeg een e-mail van iemand die ik niet kende, waarin stond: "Hoe zou je het vinden om iets te maken voor het Deutsches Symphony-Orchester Berlin?" Waarop ik zei: "Is goed, maar wie ben jij eigenlijk?" Ik was natuurlijk sceptisch. Hij legde het helemaal uit. Hij had een aantal jaar met het orkest gewerkt en hij wilde er graag elektronische artiesten bij betrekken. Het was in de periode dat mijn Boiler Room-set het erg goed deed en mijn release op Innervisions net uit was, vandaar dat hij me kende.

Voelde het als een grote verantwoordelijkheid, met zoveel muzikanten werken?
Zeker. Tijdens de eerste repetitie voelde ik me dom en wilde ik eigenlijk terugkrabbelen. Er zijn vijftig muzikanten die jouw muziek spelen. Ik had het idee dat ze het saai vonden wat ik geschreven had. Mijn klarinetleraar van school zat ook in het orkest. Het was de omgekeerde wereld: mijn leraar die mijn stuk speelde. Het voelde gênant.

Laten we het even hebben over je nieuwe EP. Je vertelde dat Ouvert vernoemd is naar een kaartspel?
Ja, het spel heet Skat. Het werd vroeger veel gespeeld door Duitse boeren. Toen ik de track maakte, speelde ik het veel met mijn huisgenoot en ik voelde dat de track op een bepaalde manier hierop gebaseerd was.

Geniet je er nu meer van om muziek uit te brengen?
Ik heb nog niet veel uitgebracht. Niet omdat ik bang was wat anderen ervan zouden vinden, maar meer omdat ik bang was dat ik het zelf na twee weken niet meer goed zou vinden. Alles uit mijn live-set is nooit uitgebracht, omdat ik het allemaal niet goed genoeg vond. Dat is de reden waarom ik nog niet zoveel heb uitgebracht en eigenlijk alleen remixen doe. Ik denk dat ik moet leren om te accepteren dat de ene track misschien niet zo goed is als de ander. Ik heb liever dan helemaal geen eigen muziek uitbrengen. Het gaat om zelfacceptatie. Dat is heel belangrijk, denk ik. Je kunt afgaan, maar dat is oké.

Je kunt David August in het eerste weekend van juli zien optreden tijdens PITCH Festival in Amsterdam.

David Augusts' J.B.Y/Ouvert is nu verkrijgbaar.