De laatste disco-dagen gefotografeerd door Bill Bernstein

Het fotoboek beschrijft de opkomst en teloorgang van disco, en de invloed die de stroming had op het uitgaansleven in New York.

|
nov. 18 2015, 1:05pm

Bill Bernstein

Clubs: sinds mensenheugenis de plek waar wordt gedronken, gedanst en stiekem gesekst op het toilet. Als de muren van de clubs konden praten, zouden ze ons ongetwijfeld urenlange colleges geven in de sociale geschiedenis. Dat is helaas niet het geval, maar gelukkig was Bill Bernstein er om deze verhalen met zijn camera vast te leggen. Bernstein legde het New Yorkse nachtleven vast van de jaren zeventig. Het herinnert ons aan het feit dat clubs, boven alles, mensen een plek van veiligheid en gemeenschapsgevoel geven.

Vanaf het moment dat hij zijn project begon in Studio 54, struinde Bernstein rond op zoek naar de meest ongebruikelijke plekken van New York. Hij legde iconische clubs als de Paradise Garage vast, homoseksuele mannen die oogcontact maken op de dansvloer van clubs op Fire Island en het unieke gevoel van vrijheid bij de kleinere clubs in Brooklyn en Harlem. Naast het bieden van een uitvalsbasis, hadden de clubs die Bernstein bezocht ook iets anders gemeen: ze draaiden discomuziek tot in het ochtendgloren. Het nieuwe fotoboek van Bernstein laat de opkomst en de val van het discotijdperk zien en de impact die het had op de New Yorkse clubcultuur. We vroegen hem om zijn gedachtes terug te laten gaan naar het gevoel van een discoclub op een zaterdagavond en wat dit betekende voor de bezoekers ervan.

Alle foto's door Bill Bernstein.

Lilian Carter en Andy Warhol, Studio 54, 1977


THUMP: Hoi Bill. Vertel ons eens waarom je het nachtleven ging fotografen. En wat vond je zo interessant aan clubbers?

Bill Bernstein: Halverwege de jaren zeventig werd ik freelance fotograaf voor de Village Voice. Dat is waar het echt begon. Ze lieten me portretten maken van underground artiesten en toneelschrijvers. Op een avond moest ik in Studio 54 fotograferen bij een awardceremonie voor Lillian Carter, de moeder van Jimmy Carter. Mensen waren gekleed in smokings, het was echt een elitefeestje. Lillian Carter zat naast Andy Warhol. Het was grappig en vreemd tegelijk. Ik stond ooit al eens met wat vrienden voor de deur bij Studio 54 en toen mochten we er niet binnen, maar deze avond had ik een perskaart en besloot er voor te gaan. Dus ik bleef toen iedereen vertrok. Ik had tien filmrolletjes gekocht van een andere fotograaf, verstopte me en zag hoe de vaste bezoekers binnenkwamen.

Daar is mijn interesse in het fotograferen van disco ontstaan. Ik voelde me aangetrokken tot het theatrale van een club, de visuals en het gevoel van inclusiviteit – ondanks dat de groep bestond uit verschillende culturen en seksuele geaardheden, was het toch een harmonieus geheel. Iedereen kwam daar gewoon om een goede tijd te hebben en flink te feesten.

2001 Dancefloor, 1979


Waarom bracht Studio 54 mensen samen?

Discomuziek was op dat moment erg in. Het bleef begin jaren zeventig nog underground, maar dat veranderde na de film Saturday Night Fever. Het was in een tijd dat New York door een moeilijke economische periode ging en disco's waren dé plek om alle sores te vergeten. Na Stonewall had je een groep die sterk opkwam voor de rechten van homo's, een groep vrouwen die streden voor de rechten van vrouwen en een groep die opkwam voor rassengelijkheid. Je had dus veel politieke bewegingen. Deze mensen hadden een plek nodig om 's avonds los te gaan. Dat werd disco. Al die bewegingen kwamen samen op de dansvloer in een fantastische mix van mensen.

Ik ben een grote fan van Larry Levan. Jouw foto's van hem toen hij dj'de bij Paradise Garage vind ik geweldig. Hoe was de sfeer daar?

Het was een fantastische plek. Ik ging daar vaak heen. Het was en is nog steeds een grote parkeergarage, toen uitgerust met een geweldige geluidinstallatie. Ze hadden er geen alcohol, alleen sap en fruit. Maar je rook poppers in de lucht. Het was echt het equivalent van een sportschool, want mensen dansten en zweetten urenlang. In mijn boek staat een foto van het bord buiten bij Paradise Garage – een iconisch bord met daarop een man die tambourine speelt. Het werd daar soms zo heet dat je soms het zweet door de ramen naar buiten zag komen.

DJ Larry Leven in Paradise Garage, 1979


Wat was jouw favoriete club om te fotograferen?

Een andere plek waar ik vaak kwam was GG's Barnham Room. Het was een bar voor transgenders, maar het had ook die inclusiviteit waar ik het eerder over had. Het was dus niet alleen een plek voor transgenders, het stond ook vol met hetero's, zwarte mensen, blanke mensen en oudere zakenmannen. Het werd zelfs een toeristische attractie. Ze hadden dansers die optraden in trapezes boven de dansvloer. Het was een geweldige plek. Voor mij als jonge, blanke Jood ging er een nieuwe wereld voor me open en ik kwam in aanraking met een compleet nieuwe cultuur. Het was geweldig.

Wat betekende die club voor andere mensen?

We hebben het hier over eind jaren zeventig en de wereld was erg homofobisch. Er werd negatief gekeken naar homo's, lesbiennes en transgenders, maar dat verdween zodra je de club binnenstapte.

Studio 54 Cabaret Couple, 1977


Hoe veranderde aids het nachtleven in New York?

Op het moment dat aids werd gezien als een epidemie, stond er niet meer dan een artikel in the New York Times. Je wist niet of je het kreeg van speeksel, of als iemand je aanraakte. Het was echt nog aan het begin en mensen raakten in paniek. Om die reden gingen mensen minder uit.

Hoe kijk jij terug op het moment dat jij hebt vastgelegd uit de historie van disco?

Het was een moment waarin disco echt groot was. Zo groot dat er zelfs door heel Amerika een ontevredenheid over discomuziek ontstond. Ik denk dat disco te populair werd en mensen er genoeg van hadden. En toen sloot Studio 54 opeens vanwege belastingontduiking en eigenaars Steve Rubell en Ian Schrader gingen naar de gevangenis. Het was een gekke tijd waarin ik actief was.... Disco piekte op dat moment en het was een kwestie van tijd voordat het in elkaar zou storten. Het voorwoord in mijn boek heet "Last Dance" en er staat een foto bij van de stenen muur van 2001 Oddyssey, een club in Bay Ridge in Brooklyn. Op die muur staat in spraypaint 'Disco Sucks'.

Je hebt de laatste dagen van disco vastgelegd...

Precies.

Bedankt Bill.

Xenon Neon, 1979

GG's Barnum Room Disco-bats, 1979

Hurrah Door, 1979

Studio 54 and Cadillac, 1979

Xenon #1, 1979

Better Days, 1979

Studio 54 Moon and Spoon, 1978

Divine, Studio 54, 1977


Dit artikel is eerder verschenen op VICE.

Volg Amelia op Twitter.