Sam Clarke

Als we het nachtleven willen ‘redden’, moeten we verder kijken dan house en techno

Het redden van clubcultuur heeft niet alleen te maken met het beschermen van gebouwen.

|
apr. 25 2017, 1:17pm

Sam Clarke

'Dansmuziek' is een term die eigenlijk vrij weinig zegt. Je kan namelijk werkelijk overal op dansen: fluitende vogels, discussies, de gepassioneerde roep van een opgewonden dolfijn, de bliepjes van de zelfscankassa bij de Albert Heijn, een radiodocumentaire over het IMF, je eigen ademhalen, letterlijk alles.

Als we het hebben over dansmuziek in 2017, hebben we het, over het algemeen, over house en techno. Dat is inderdaad dansbare muziek, gemaakt met dansen in het achterhoofd. Zoveel is duidelijk. Het trekt en duwt en port en werkt op je oerinstincten om te stampen op de vloer op een 4/4-beat. Daarom vinden we het leuke muziek, en daarom werd het ook hetgeen waar de meeste mensen aan denken bij dansmuziek: dingen waar je makkelijk op kunt bewegen in een zweterige nachtclub. Maar het menselijk lichaam is tot veel meer in staat. En het brein verdient ook meer.

Het is te makkelijk om nachtclubs te zien, en te gebruiken, als plekken die staan voor een soort cultureel comfort. Je boekt dezelfde dj's, die dezelfde liedjes draaien voor hetzelfde publiek en iedereen is blij, toch? Oké, ja, over het algemeen is dat zo, maar toch verwachten we meer van clubs, van dj's, van de hele beleving die 'clubben' heet.

We weten inmiddels wel dat het beeld van een club als een utopische plek niet klopt. Er zijn te veel onveranderlijke krachten die meespelen en ervoor zorgen dat dit nooit echt een mogelijkheid is. Waar we wél over na kunnen denken, is vooruitgaan richting een muzikale utopie. Het aansturen op een structurele verandering in de hegemonie van house en techno. Omdat je, als je erover nadenkt, alles kan draaien wat je maar wil in een club. Je kan Merzbow draaien en Modest Mouse, Chino Amobi en The Caretaker, Shirley Collins en Soichi Terada. Je bent een dj: je zwemt in een wereld van mogelijkheden.

Het ding is: niet iedereen gaat naar een club om vermaakt te worden in de traditionele zin van het woord. Niet iedereen wil poedelen in het ondiepe water van breakdown-naar-hard-knallen classicisme. Niet iedereen danst, om te beginnen, maar het gaat verder dan dat, voorbij het simpele idee van entertainment en onmiddellijke fysieke reacties. We gaan naar clubs vanwege verschillende dingen: om te drinken, om drugs te gebruiken, te praten, te ontspannen, om te vergeten, te mijmeren, om alleen te zijn en samen met anderen, tegelijkertijd. Onze voorkeur voor een bepaald soort mensen trekt ons naar bepaalde clubs, net zoveel als dat bepaalde muziek dat doet. En, om het maar even bot te zeggen, het feit dat de meeste clubs en grote festivals gedomineerd worden door dj's die draaien van techno naar house, via tech-house, zorgt ervoor dat de artistieke ontwikkeling stil komt te staan.

De honger naar avonden die verder gaan dan dit is voelbaar. In Londen zoemt de underground met de maffe geluiden van Akito, Loom en TSVI. In Parijs naait de Bérite-beweging van Teki Latex afrotrap, Baltimore house, ballroom, kuduro, gqom en grime naadloos aan elkaar. Hier in Nederland zorgen dj's als Woody en festivals als Strange Sounds from Beyond voor wat welverdiende spanning. Hun succes is het bewijs dat er een publiek is dat meer eist van een avondje uit dan weer dezelfde remixes van Masters at Work, of een deprimerend Giegling-product dat we die week leuk moeten vinden.

"Niemand had werk, dus het feest kostte twee of drie dollar om binnen te komen, en wat verwacht je als je zo weinig betaalt? Wil je horen wat je op een groot feest hoort? Ga lekker 25 dollar betalen voor een gast die liftmuziek draait, want zo klinkt die shit voor mij. Als je bij ons twee dollar betaalt, krijg je whatever de fuck wij aan je willen geven."

Die drijfveer om verder te kijken dan wat grote clubs boeken, alsof die clubs, festivals en merken helemaal niet bestaan, is lovenswaardig. Oké, de marketingcampagnes van GHE20G0TH1K of de Trance Party-evenementen van Evian Christ waren natuurlijk ook prima, maar het verschil zit 'm in dat dit soort feesten een zeer nodige oppositie vormen tegen het mainstream, commerciële clublandschap.

Ik begrijp dat promotors geld moeten verdienen. Ik snap dat mensen niet per se uitgedaagd willen worden tijdens een avondje uit. Ik begrijp ook dat sommige dj's het oprecht vet vinden om muziek te draaien die klinkt als een helse, oneindige afterparty. Natuurlijk. Daar is allemaal een markt voor.

Wat ik niet accepteer, of in elk geval niet van harte, is dat het publiek graag veiligheid wil. Ik geloof graag dat een meerderheid van de mensen die geïnteresseerd zijn in uitgaan ook open staan voor experimenten. Dat ze het leuk vinden als de dj iets draait wat ze niet kennen. Als we het systeem waarin clubs moeten werken niet kunnen veranderen, kunnen we op z'n minst eisen dat ze iets anders doen met de muziek, toch?

De krachten die ervoor hebben gezorgd dat clubcultuur veranderde van een radicale vorm van zelfexpressie tot een winstgevende manier om cocktails te verkopen, hebben ervoor gezorgd dat de makkelijkste dingen boven komen drijven. Dat is helaas het verhaal van entertainment in het algemeen, en je hoeft maar even te gluren naar een willekeurige lijst van bestsellers of films die nu in de Pathé draaien om te zien dat matigheid een ijzeren greep heeft op de wereld. Zeker in een wereld die graag gezien wordt als een soort van revolutionair.

Josh is te vinden op Twitter