Techno-slagwerker Dominique Vleeshouwers: “Je kunt een dj niet zomaar naast een orkest zetten.”

Een gerenommeerd klassiek muzikant zoekt de dansvloer op.

|
okt. 4 2016, 1:25pm

Timo Pisart

Als producers samenwerken met een klassiek orkest, levert dat vrijwel nooit iets leuks op. Neem Jeff Mills, die onlangs met de philharmonie zuidnederland optrad. De klassiek geschoolde muzikanten speelden hun partituren, Mills stond rechts in een hoekje op een drumcomputer te rammen. De twee versterkten elkaar niet, versmolten niet tot iets nieuws: de elektronica en de strijkers bleven eilandjes. Het was enerzijds niet zo spannend als een set van Jeff Mills, en anderzijds naar maatstaven van het Concertgebouw ook geen uitmuntende compositie.

Juist daarom zocht ik 'techno-slagwerker' Dominique Vleeshouwers (24) op in zijn repetitieruimte. Hier liggen Tibetaanse belletjes, daar allerlei kleine trommels en even verderop staat een laptop met Ableton en een stel midi-controllers. Vleeshouwers kreeg carte blanche om een avond te vullen in het Concertgebouw, en daarvoor onderzoekt hij met percussionist/componist Arend Bruijn (26) hoe hij clubmuziek kan verbinden met klassiek. Op dinsdag 11 oktober presenteren ze het ambitieuze project Playground in het Concertgebouw.

Arend (links) en Dominique (alle foto's door Timo Pisart)

THUMP: Hoi Dominique en Arend. Echt een goede verstandhouding hebben dance en klassiek niet, of wel?
Dominique Vleeshouwers: Inderdaad, als ik een concertorkest met een dj ziet optreden, denk ik vaak: die twee werelden begrijpen elkaar niet. Het is te simpel: je kunt niet zomaar twee werelden samenbrengen door een weekje te repeteren. Ik vind het goed dat ze ervoor openstaan – en het is mooi dat Jeff Mills zulke projecten aangaat – maar er is artistiek nog veel te winnen. Ik zag hoe Armin van Buuren de Bolero deed met een orkest, die combinatie was al helemaal te simpel. Dan denk ik: jongens, leer elkaar effe kennen!

Waarom vinden zulke samenwerkingen dan toch plaats?
We merken dat de klassieke wereld heel graag een jong publiek wil bereiken. Daar is een enorme vraag naar omdat het publiek vergrijst. Wat ze vervolgens doen is een strijkkwartet in een club neerzetten. Dat is alsof je een biefstuk bestelt en vis krijgt. Dat pik je niet. En andersom: ik geloof ook niet dat je een technoset in het Concergebouw moet gaan draaien, dat werkt ook niet. Dat kun je beter in een club doen. De enige keer dat ik vond dat zo'n samenwerking werkte, was met Yellow Lounge in Trouw. Dat was een Berlijns initiatief waar je kon chillen op een zitzak terwijl er een klassiek concert was, en dat ging over in een dj. Ik vond het een sterk concept, maar het ging muzikaal nog niet echt samen.

En dat gaat jullie wel lukken?
Zeker. We zijn allebei fan van elektronische muziek en we gaan graag naar feestjes. Als je naar het sounddesign van Darkside of Max Cooper luistert: dat is ongelofelijk, en heeft veel te maken met klassiek slagwerk. Maar als klassiek geschoolde slagwerkers vinden we wel dat er soms iets meer gelaagdheid in elektronische composities mag zitten.
Arend Bruijn: Tegelijkertijd is de eindeloze klankwereld van synthesizers onderbelicht en ondergewaardeerd in concertmuziek. Een synthesizer wordt hoogstens heel experimenteel gebruikt, als herrie, effect of om te choqueren. In filmmuziek wordt elektronica veel vaker als instrument gebruikt, Hans Zimmer pionierde het laten versmelten van een orkest met synthesizers. Vangelis maakte in de jaren zeventig al orkestrale filmmuziek met synthesizers. Dat was in die tijd gestoord. Het is te gek dat het zo in de filmwereld wordt omarmd, maar de traditionele concertwereld is toch wat traditioneler.
Dominique: Als wij in de concertwereld zeggen: we gaan wat tofs doen met elektronica, dan wordt er vaak verbaasd gereageerd. Aan de andere kant: als we tegen dj's zeggen dat we live techno gaan spelen, dan zeggen ze: 'Huh, kan dat?' We hebben onszelf wel afgevraagd: wat voegt dat live-element nou eigenlijk toe?

Om techno echt goed live te spelen, heb je een bepaalde mate van virtuositeit nodig. Je moet misschien wel vier verschillende ritmes tegelijk spelen. Dat is hartstikke cool, maar inderdaad: wat voegt het toe?
Dominique: Op het moment dat ik op het podium sta, kan ik ook energie projecteren. Als ik op een trommel sla, voel ik die trommel ook. Dat zorgt voor een groter dynamisch bereik, maar die energie komt bovendien over op het publiek.
Arend: Een voorbeeld: we zagen een tijdje terug een filmpje van een straatmuzikant met allemaal potten en pannen. Als je dat ritme alleen zou horen, is het wel aardig. Maar als je het ziet, begin je te grijnzen. De energie die hij uitstraalt, zijn lach, maar ook dat-ie all over the place is om het ritme te halen.

Wordt het fistpumpen in het Concertgebouw?
Dominique: Er komen twee hoogtepunten in de set. Na drie kwartier gaan we een soort gevecht aan met z'n tweeën. Daarna wordt het weer heel rustig, lekker wegdromen, en daarna wordt het weer helemaal gestoord.
Arend: Er zijn wel climaxen waarbij ik de vuisten in de lucht zou gooien, ja, maar er zit ook veel ambient in. We doen iets wat nog nooit eerder is gedaan, daarom is het nog moeilijk om uit te leggen. 11 oktober is pas het startpunt voor dit project, maar het gaat werken, dat weet ik zeker.

Op dinsdag 11 oktober presenteren Dominique en Arend Playground in het Concertgebouw. Op 26 november presenteren ze een clubversie van Playground in het Stroomhuisje in Eindhoven tijdens TROMP.