Lucky Fonz III interviewt DJ Dano: “Niemand neemt me mijn biertje af.”

Zo hoort een ontmoeting tussen fan en held te gaan.

|
sep. 26 2016, 12:35pm

Timo Pisart

"Je weet hoe heftig en kut de puberteit kan zijn," zegt Lucky Fonz III. "Ik had best wel last van depressies, en hardcore heeft me daar echt doorheen gesleept. Zo'n wereld aan muziek, telkens weer uitkijken naar de zaterdag dat je kon gaan hakken. En ik ben echt niet de enige, ik was zo'n clichégabbertje, joh." Dano knikt, en antwoordt: "Voor heel veel jongeren was het 'wij tegen de rest van de wereld.' Maar dat liep een beetje uit de hand. Het was wel een rare tijd, hoor. Ik kon echt niet omgaan met de roem, op mijn eenentwintigste deden mensen alsof ik een god was. Terwijl ik gewoon dacht: kom op, doe effe normaal, als ik zit te schijten ben ik ook gewoon naakt. Het was te gek, maar ook heel uitputtend en eenzaam. Ik had alles weggestopt, en wilde er nooit meer over lullen. Dat komt nu naar buiten. Het is ook prettig dat de muziek waar we met z'n allen voor stonden een keer positief wordt bekeken."

Oké, dit is een beetje een gekke ontmoeting. Het zit zo: vrijdag verschijnt het boek over het bizarre leven van hardcorepionier Daniël Leeflang alias DJ Dano (lees hier een voorpublicatie). Otto Wichers alias Lucky Fonz III las dat nieuws, en appte me dat hij zijn jeugdheld moest en zou ontmoeten.

Ze zitten gebroederlijk naast elkaar op de bank in de winkel van Mary Go Wild aan de Zeedijk. Aan de koffie en het water (nu nog wel). Lucky pakt het boek er eens bij. Er zitten zo'n 23 ezelsoren in, alsof hij het drie keer heeft herlezen en notities heeft gemaakt. Lucky: "Ik heb alle tracks die in het boek genoemd worden gisteren nog eens geluisterd, het is allemaal zó goed!" Ik zit erbij en probeer af en toe het nogal chaotische gesprek in goede banen te leiden, maar met de twee spraakwatervallen is dat eigenlijk niet te doen.

(Tekst gaat door onder de foto's)

(Alle foto's door Timo Pisart)

Lucky laat trots de muffe longsleeve zien die hij draagt: "Kijk, dit is een origineel shirt van The Prophet uit 1997! Het lag nog bij mijn ouders in de kast, en hij is gesigneerd op de rug. Kun jij zien van wie die handtekeningen zijn?" Dano: "The Prophet zelf... Ruffneck... Oh, en Scorpion. Dat was zo'n Multigroove-dj, geloof ik."

Lucky: Oja, dit is een interview, hè? Ik gooi alles er gewoon uit. Laat ik maar eens een vraag stellen. Mensen praten tegenwoordig over gabber alsof het de NSB was. Ik ben singer-songwriter, ik maak folkmuziek met een gitaar. Altijd als ik zeg dat ik vroeger gabber was, zijn de reacties of ongelooflijk komisch: 'Hoe is dat nou mogelijk? Je maakt nu zulke serieuze muziek.' Of gechoqueerd: 'Was jij zo'n kleine neonazi?'
Dano: Dat was in het verleden natuurlijk ook zo: ik heb interviews met Nieuwe Revu geweigerd. Als ze er zo negatief over deden, wilde ik er niet aan meewerken.
Lucky: Ik vond die feesten juist relaxed. Iedereen stond lekker te hakken, en ik... ik kwam van hockeyfeesten, weet je wel?
Dano: Hockeyfeesten?
Lucky: Oké, luister. Ik wil een punt maken. Ik was een jaar of veertien, en ik zat op hockey. Daar ging het alleen maar over zuipen, het eindigde met knokken en je moest achter de meisjes aan. Maar niet op een leuke manier. Die hardcorefeesten hadden een slechte naam, maar op mijn vijftiende werd ik gabber. Wat bleek: het was beschaafd, het was een muzikale ervaring, het was gezellig! Heel laagdrempelig ook: je hoefde alleen maar een Aussie aan en een beetje te dansen, en dan werd je geaccepteerd.
Dano: Ik weet precies wat je bedoelt. Mijn vriendin komt uit het bandjescircuit. Ze ging voor het eerst mee naar een feestje en zei hetzelfde: 'Dit had ik echt niet verwacht. Wat een toffe sfeer!'
Lucky: Dat komt natuurlijk ook wel door het dreigende uiterlijk van al die gabbertjes. Ik vond het wel iets vets hebben. Ik was een poeslieve gozer, maar had m'n haar opgeschoren en een Aussie. Met een handtekening van Darkraver, trouwens! Dat uniform gaf me rust. Ik vond het ook gewoon chill om uit te gaan zonder de waanzin van de hele tijd achter de meisjes aan zitten, zelfs zij zagen er hetzelfde uit! Maar wat ik me afvroeg: de dj's zagen er nooit echt zo uit, heb jij een theorie hoe die look is geëvolueerd?
Dano: Eerlijk waar: ik ben er nog steeds niet uit. Het was er opeens. Ik had zelf een staart van hier tot aan de vloer, en geen van m'n collega's had een kaal hoofd. Het ging héél snel.
Lucky: Dus niet: de eerste avond zag je één gabber, de volgende avond twee?
Dano: Nee. Ik heb bijna getwijfeld: heb ik een pilletje geslikt, heeft dat twee maanden geduurd en ben ik opeens weer wakker? In eerste instantie was het wel schrikken. Loopt dit niet uit de hand? Wordt dit niet – wat andere mensen ook dachten – een broeinest van extreemrechts? Dat bleek absoluut niet het geval te zijn. Het was een hele liefdevolle scene. Later werd ik er dus ook trots op: die videobanden bereikten zelfs Australië, en die gasten kopieerden de look en zelfs de mimiek. Stonden ze zulke rare koppen te trekken en met de kaken te malen, terwijl ze niets hadden gebruikt!

Zo komt het gesprek vanzelf ook op de muziek. Lucky Fonz wordt steeds drukker en enthousiaster, terwijl hij met een encyclopedische kennis zijn favoriete tracks afratelt. Cosmic Trash van Vitamin op Mokum, bijvoorbeeld. Of voorgangers als Joey Beltrams Energy Flash en obscure en minder obscure gabberklassiekers. Oh, en die afleveringen van TMF Hakkuh heeft hij ook allemaal gezien.

Dano: Dat was ook de tijd dat ik in m'n studio zat, de plaat af had en meteen de platenmaatschappij opbelde. Ik hield de telefoon tegen de speaker en vroeg: 'Vind je het wat?' 'Ja, oké, brengen we uit!' Het was een mooie tijd, maar als je goed luistert zit in de meeste tracks dus ook wel een foutje. Een sampletje dat wegloopt, een ruisje omdat de kabels niet goed zaten.
Lucky: Maar dat vind ik juist zo vet! In rock-'n-roll is dat ook te gek, als het niet helemaal clean is. Daarom zijn die vroege Sun-platen zo goed, ze dragen de energie van het moment in zich.
Dano: Dat is de reden dat ik hardstyle zo slecht trek, het is te gladgestreken. Al heb ik aan de andere kant nu wel moeite om mijn eigen track Something Bigger te luisteren. Die ongestelde fluitketel gaat zo van IEEEE IEEEE. Verschrikkelijk! Het klinkt zo paniekerig, waarschijnlijk omdat ik toen zo paniekerig was.
Lucky: Dat vind ik juist een keiharde plaat! Wat jij niet wil horen, is je eigen paniek. Dat is geen gebrek aan kwaliteit van die plaat, hij is juist té goed. Hij heeft je paniek zo goed gevangen dat je hem niet kunt aanhoren. Zo werkt het met de muziek, toch? Het is een soort flesje waar alles dat er op dat moment gaande is in kan worden gevangen.

Oké, we gaan weer in interviewmodus. Lucky vindt het namelijk maar paradoxaal: in het boek las hij dat er zo'n liefdevolle sfeer hing bij de dj's in de gabberscene, bijna als hippies. En tegelijkertijd is de muziek zo donker. Zelfs de visuals: Thunderdome heeft alleen maar schedels en 'horrorshit'.

Lucky: Was dat de duistere kant van je ziel die naar buiten komt?
Dano: Met sommige liedjes absoluut. Ik heb een remix gemaakt van Dope Sucks van Herman Brood. Ik kwam terug van een feest, helemaal opgefokt en wild. Ik zat echt tegen het plafond. Ik werd gek van die troep. Snuiven, pillen, ik was er helemaal klaar mee. Ik zag geen uitweg meer. Maar meer nog ging het me om het experimenteren met mijn studio: wat kan ik eruit halen? Hoe snel kunnen we gaan? Toen maakte ik die track 120BPM-9000BPM. Wat bleek: vanaf 320 BPM gaan mensen stilstaan, dat is het limiet.

Dano maakt nu geen hardcore meer, vertelt hij. Al na de millenniumwisseling wilde hij liever de techno in, maar de technowereld moest hem niet. Rocco Veenboer weigerde hem te boeken op Awakenings. Opplaksnor of niet, al die technoheads zouden direct zien dat ze een gabberlegende voor zich hadden. Dano: "Wat een onzin, want al die techno-fans van nu waren vroeger toch ook gabbers?"

Lucky: Draai je nu nog weleens? En wat draai je dan?
Dano: Ik heb het er best druk mee. Ik ben in Moskou geweest, in Colombia, en heb voor volgend jaar alweer zeven à acht boekingen. Ik draai vooral early hardcore en de classics. Dat voelt wel een beetje als achteruit lopen, of stilstaan. Maar het is niet anders, ik kom maar niet van dat stempel af.
Lucky: Hou je nog wel van die muziek?
Dano: Ik kan het blind draaien, al zou je mijn vingers eraf hakken.
Lucky: Oké, maar is het nog een uitdaging?
Dano: Soms niet. Soms is het heel irritant. Tegelijkertijd: vorig jaar had ik een gig op Wooferland Festival. Ik stond rond half 4 geprogrammeerd, het was nog redelijk rustig in de tent. Als eerste plaat draaide ik Go van Moby, en nog voordat die plaat klaar was stond de tent echt ram- en ramvol. Er kon niemand meer bij. Dat gaf echt voldoening, toen heb ik een hele dikke set gedraaid. Maar het is een moeilijke vraag, hoor. Al sinds mijn achtste maak ik muziek, het voelt af en toe ook kut dat ik alleen maar wordt opgetrommeld voor die vier à vijf jaar van mijn leven. Een beetje zoals The Eagles die voor de zoveelste keer Hotel California spelen omdat er toch een boterham gesmeerd moet worden.
Lucky: Oké, maar waarom doe je het dan? Omdat je ze niet wil teleurstellen?
Dano: Nou, bijvoorbeeld in Moskou: daar is een hele kleine scene, ik stond in een zaaltje voor tweehonderd man, maar die zingen zelfs de Nederlandse samples mee van mijn Nederwiet-remix. Dat is te gek, ze zijn zo fanatiek als begin jaren negentig in Nederland. Maar hier kom ik ook wel vaak op feesten – ik hoef geen plaatsnamen te noemen – dat ik denk: daar gaan we weer. Ik zeg ook regelmatig nee. Ik heb niet altijd zin. Ik hoop dat het boek nu deuren gaat openen."
Lucky: Wat hoop je precies dat er gebeurt?
Dano: Dat mensen zien wie ik muzikaal ben, en dat het hardcore-stempel een beetje kan vervagen, zodat ik ook andere dingen kan gaan doen.
Lucky: Het is gek, hè? Een van de redenen dat house wereldwijd zo groot en breed is, komt door de creatieve kiem die jij en je vrienden hebben gelegd. Het is de wet van de remmende voorsprong en best melancholisch: alsof je een hele trein hebt gebouwd, en je op het station wordt achtergelaten. Je kunt natuurlijk ook heel hard schijt hebben, zoals Bob Dylan. Hij speelt zijn nummers echt onherkenbaar, dat je er pas halverwege achter komt dat-ie Blowing in the Wind speelt!"

Toch is Dano nu gelukkiger dan ooit, vertelt hij. Hij heeft een gezinnetje: een zoontje van tweeënhalf, een dochter van drieëntwintig en een kleinkind van een. In het dagelijks leven werkt hij in de bouw, en hij staat net zo lief op een steiger als in de club. Misschien nog wel liever.

Dano: Het is net een sportschool waar ik voor betaald word, en het houdt mijn lichaam sterk. Ik ben het gelukkigst met m'n kids om me heen, ik heb een rijk leven en ben heel trots dat ik de rol van DJ Dano heb mogen vervullen.
Lucky: Dat vind ik ook zo goed aan het boek! Het is niet moralistisch, en ook niet verontschuldigend. Als je dat had gedaan, was het geweest alsof je je oude zelf afschrijft. Ik heb een achtergrond in literatuurstudies en ik heb Letterkunde gestudeerd. Ik heb van die periodes dat ik alle stijlen teruglees, en ben nu de existentialisten als Camus en Sartre aan het teruglezen. Eigenlijk ben jij gewoon een existentialistische held: je beweegt vol vrijheid door de wereld, en schaamt je ook niet voor het nemen van die vrijheid. In het boek zeg je dat heel mooi: 'Niemand neemt me mijn biertje af', naar de woorden van André Hazes. In mijn muziek ben ik schaamteloos, compromisloos en vrij, maar daarbuiten ben ik altijd zelfbewust. Bang dat mensen boos op me worden, en daardoor doe ik sommige dingen niet. Als ik dit lees denk ik: kom op man! Niemand neemt me m'n biertje af! Daar kun je een existentialistisch motto van maken, er zit zoveel besloten in dat ene zinnetje.
Dano: Lache!

Zo loopt het gesprek langzaam op z'n eind, terwijl Dano nog eens uitlegt hoe hij al zijn tanden kwijtraakte door het vele snuiven, en nu nieuwe tanden heeft laten zetten op de stompjes. Ze besluiten zelfs samen de studio in te duiken. Ik vertrek vast naar een volgende afspraak, en krijg een dag later nog eens een appje van Lucky Fonz III.

"Geweldig gister!!! Dank je nog!!! Wel gesneuveld, we deden nog 'een paar biertjes'. Halverwege pikt hij de rekening, toen gingen we door en op 't laatste betaalde ik. Zestig bier en tien wodka, of zo. Dit is 'slechts' de tweede helft van de rekening, om 19:00 uur."