Quantcast
Foto met dank aan de artiest

Carl Craig wil de dommerds in de zaal niet voeden

Abel Vlaanderen

“De meeste mensen willen techno horen van een techno-dj, maar het is aan de artiest om avontuurlijk en inspirerend te zijn.”

Foto met dank aan de artiest

Heel veel groter dan Carl Craig worden dj's niet, tenminste, als je alle EDM-waanzin even negeert. De producer uit Detroit begon in de jaren negentig met muziek maken, wordt gezien als pionier door albums als Landcruising, heeft talloze hits op zijn naam staan en het is moeilijk voor te stellen dat er een dancemuzikant bestaat die niet geïnspireerd is door de man. Volgens sommigen is hij zelfs verantwoordelijk voor de nieuwe richting die drum-'n-bass insloeg na zijn klapper Bug In The Bass Bin.

In 2008 besloot Craig om samen te werken met de klassieke muzikanten Francesco Tristano en François-Xavier Roth voor een beperkt aantal concerten. Uit die sessies is nu, na bijna tien jaar schaven en perfectioneren, het album Versus ontstaan. Op zaterdag 1 juli staat de grootmeester een nacht lang in Paradiso, dus belde ik hem even op Skype om te praten over klassieke muziek, zijn idolen en waarom je als dj nooit moet conformeren.

THUMP: Hey Carl, waar ben je de laatste tijd zoal mee bezig?
Carl Craig: Alles staat momenteel in het teken van Versus. Ik adem, eet en droom de LP.

Dat album draait voor een groot gedeelte om klassieke muziek. Welk instrument zou je willen spelen als je zelf in een orkest zou zitten?
Als tiener heb ik een tijdje geoefend op de contrabas, dus dat lijkt mij het leukst.

Luister je thuis ook veel klassiek?
Soms, soms. Ik probeer vooral bepaalde duistere composities te luisteren, niet alleen de bekende dingen, maar ik ken natuurlijk lang niet alle werken. Zo is er een stuk dat George Lewis een tijd terug in San Diego speelde, dat me blijft achtervolgen. Het bestond uit violen en cello's, maar het klonk als een modulaire synthesizer. Ik heb geen idee wie de componist is of wat de titel is, dus hopelijk vind ik het nog voordat ik mijn laatste adem uitblaas.

Waarom denk je dat artiesten als Jeff Mills, Derrick May en jijzelf na jaren produceren allemaal met een orkest gaan werken?
Nou, je moet niet vergeten dat er al veel dansmuziek was vóór techno. Tweehonderd jaar geleden dansten de rijken in de samenleving op de waltz van orkesten of ensembles. Dans is een inherent onderdeel van de menselijke natuur. Tenslotte bevatten de fantastische discoplaten die uitkwamen op Philadelphia International en Salsoul ook al orkestrale onderdelen, maar toch zien mensen het als iets nieuws wanneer wij technoproducers met orkesten werken. Hou op zeg.

Veel nieuwe elektronische muziek kijkt terug op de jaren negentig, terwijl house en techno uit dat tijdperk juist vooruitstrevend is. Hoe kijk jij daarnaar?
Ik vind het prima dat mensen muziek maken en zich op het verleden richten, maar dan moeten ze wel iets doen wat de scene naar een volgend niveau brengt. Het is tegenwoordig makkelijker om je te beperken tot één smaak, in plaats van nieuwe dingen te ontdekken. De meeste mensen willen techno horen van een techno-dj, maar het is aan de artiest om avontuurlijk en inspirerend te zijn. Als je de dommerds in een zaal voedt, help je ze niet verder. Je maakt het alleen maar makkelijker voor ze om je af te wijzen. Ik vind dat je prima wat Aphex Twin door een hiphopset kunt gooien. Zo groeide ik ook op, in de club hoorde ik alles: van new wave tot disco tot house.

Welke artiesten inspireren jou dan achter de draaitafels?
Kenny Dixon Jr. en Stacey Pullen. Stacey heeft altijd zo'n controle over zijn publiek, het is fantastisch om hem te zien draaien. En Kenny: soms speelt iemand zo goed vóór mij dat ik het niet aandurf om daarna zelf nog op te treden. Op een van de afters van het festival Movement speelde Moodymann zo geweldig dat ik alleen hem wilde horen, dus toen heb ik zelf niet gedraaid. Ik hoef dan niet per se te bewijzen dat ik een betere dj ben.

Een tijdje terug was ik ook zeer onder de indruk van Jimmy Douglas, een vriend van mij die mix engineer is. Hij heeft met Missy Elliott en Timbaland gewerkt. Ik heb veel respect voor mensen die iets doen wat ik tof vind, maar nog veel meer waardering voor de technische kant. Zo kan ik begrijpen hoe de muziek in elkaar steekt en zelf een betere engineer worden. Dit vind ik ook zo vet aan François Kevorkian: hij heeft veel disco gemaakt, maar zijn studio werd ook gebruikt door rapgroepen zoals Mobb Deep.

Iets anders: ik las dat je bij het maken van het nummer At Les geïnspireerd bent door een grote brand die je vanuit een appartement in Detroit kon zien. Schrijf je vaker muziek naar aanleiding van dit soort ervaringen?
De ramen in dat appartement gaan van de vloer tot het plafond, dus als je naar buiten kijkt is het net of je tv kijkt. Toen ik daar was, gebeurde er altijd wat: van auto-ongelukken tot rondvliegende helikopters die de rivier afzochten naar illegalen. Vergelijkbaar waren de opstanden die ik in Istanbul zag, toen ik daar een paar jaar geleden was. Er was politie en mensen gooiden stenen. Die momenten zijn wel zeldzaam. Ik heb er zelfs aan gedacht om in Detroit een appartement te kopen op diezelfde plek, puur en alleen om muziek te schrijven.

Tot slot: op 1 juli draai je een hele nacht lang in Paradiso. Hoe bereid je zo'n optreden voor?
Ja, Paradiso, wow. In zo'n set vind ik het tof om allerlei soorten muziek te draaien. Ik zou het optreden bijvoorbeeld met Miles Davis kunnen beginnen of met wat soundtracks, en dan verder opbouwen. Als je naar je werk gaat begin je ook niet met de zwaarste taak, want dan loop je het risico dat je rug zeer gaat doen of dat je te vroeg opgebruikt bent. Je drinkt eerst een glaasje water, zet dan wat koffie en je praat met collega's. Pas na wat lichte taken stap je over op het zwaardere werk. Zo zie ik draaien ook: rustig beginnen en dan langzaam harder. I like messing around a bit.

Zaterdag 1 juli draait Carl Craig de hele nacht in Paradiso, en op zondag 16 juli staat Carl Craig op Dour.