Quantcast
New York

​DinsdagDoc: The Godfather of Disco, Mel Cheren

We nemen je mee langs het indrukwekkende levensverhaal van Mel Cheren, de labelbaas van West End en financier van de Paradise Garage.

Tom van Haaren


Voor de DinsdagDoc van deze week selecteerden we The Godfather of the Disco uit 2007. Een docu over de labelbaas van het West End label en de mede-financieer van de meest invloedrijke club allertijden, de Paradise Garage, van oprichter Michael Brody en resident-dj Larry Levan.

De documentaire is uitgekomen kort voor het overlijden van Cheren. Hij komt veelvuldig aan het woord, net als vele andere kopstukken uit de house en disco-scene. Regisseur Gene Graham vertelt zijn verhaal aan de hand van de indrukwekkende biografie My Life at the Paradise Garage (2000). Cheren groeide op in Boston in een tijd dat hij absoluut niet uit de kast kon worden dat hij gay was. Hij verhuisde naar New York om te gaan werken in de muziekindustrie en leefde jarenlang een dubbelleven. De sociale revoluties van de jaren zestig, en met name de Stone Wall-rellen, resulteerden erin dat mannen van hetzelfde geslacht plotseling samen mochten dansen en de LGBT-gemeenschap steeds meer gelijke rechten kreeg. Dit zorgde voor een ontluikende clubscene.

Waar eerst de radio de enige plek was om een hit te creëren, ontstonden nu ook goedverkopende hits vanuit de clubs. En Cheren zat op de eerste rij om die te ontdekken. Samen met Ed Kushins zette hij in '76 West End Records op en tekende hij grote hits als Hotshot van Karen Young, de invloedrijke plaat Sessomato waarover de eerste artiesten uit de Bronx gingen rappen, en vele underground klassiekers zoals Is it Al Over My Face die de transitie inleidden naar de meer moderne dance sound. Daarbij was hij verantwoordelijk voor innovaties in de industrie zoals de instrumentele versies op de b-side en de 12" single.

Toch is zijn belangrijkste wapenfeit het mede mogelijk maken van de Garage en het helpen gloriëren van DJ Larry Levan. In de docu komen kopstukken als Kevin Hedge (Blaze), Nicky Siano, Tony Humpries, Danny Krivit, David Depino en Joey Llanos aan het woord. Het mooie van de film is dat de muziek centraal staat. En terecht: op West End zijn geweldige platen uitgekomen, en het is een genot om de betrokkenen vol enthousiasme erover te horen en zien vertellen.

De film heeft ook een donker randje met de aidsepidemie die begin jaren tachtig oplaaide en die de omgeving van Mel Cheren ongenadig hard trof. In de rest van zijn leven speelde hij een belangrijke rol in de strijd tegen de ziekte en de bewustwording ervan. Hoe moeilijk deze tijd is geweest wordt wel duidelijk door de vele geïnterviewden die hun emoties nauwelijks onder controle kunnen houden.