Quantcast
Words

Een nacht in Paradise Garage: verhalen van New Yorks meest legendarische club

Paradise Garage door de ogen van Danny Krivit, David DePino, Victor Rosado en Justin Berkmann.

Adam Bychawski

De sets van Larry Levan in de meest legendarische club van New York, Paradise Garage, werden ook wel vergeleken met een kerkelijke mis. "Larry predikte door middel van zijn muziek, vanuit de dj-booth, net als een priester of minister doet vanuit zijn spreekgestoelte," zegt dj en goede vriend David DePino. Levan predikte iedere week, vanaf het moment dat de club opende in 1977, tot de dag dat de Garage voor altijd haar deuren sloot in de zomer van 1987. 

Zoals de naam al doet vermoeden was de club gevestigd in een parkeergarage, gelegen op 84 Kind Street in Manhattan. Het was één van de weinige clubs die speciaal opgezet was voor één bepaalde dj. De locatie had weinig aankleding, maar wat miste aan decor werd goed gemaakt door het heilig verklaarde geluidssysteem en de gepassioneerde leden van de club. Het verhaal van de Garage is synoniem aan die van Levan, de resident-dj van de club, een term die je in meest letterlijke zin van het woord kunt opvatten: hij heeft zelfs in het gebouw gewoond. Hij behandelde de club met een bepaalde soort eerbied, alsof het om een kerk ging. Tijdens de clubavonden verplaatste hij het geluidssysteem om het geluid te optimaliseren, hij pauzeerde zijn set altijd rond twee uur om de discoballen op te poetsen, en hij zorgde er zelfs voor dat de prullenbakken grondig werden schoongemaakt. Allemaal dingen die ondenkbaar zijn voor de dj's van tegenwoordig, maar de Garage was meer dan gewoon een club, het was Levans versie van het paradijs.

Een beleid met privé-lidmaatschappen zorgde bij de congregatie van de Garage voor een gevoel van heiligdom en eigendomsrecht. Het was een van de weinige clubs in New York waarin homoseksuelen, Afro-Amerikanen en Latino's zich echt thuis voelden, of überhaupt verwelkomt werden.

"Garage was een plek voor mensen die in de samenleving niet geaccepteerd werden, het was een plek om vrij te zijn, om te zijn wie je bent," zegt Victor Rosado, die toentertijd werkte in de club. Ondanks de vooruitgang van de homorechtenbewegingen na de Stonewall-rellen, bleef het homofobische geweld op straat onverminderd doorgaan. "Het duurde een hele tijd voordat we het vertrouwen van de homogemeenschap hadden," zegt DePino. Uiteindelijk werden de homoavonden op vrijdag een groot succes, samen met de zaterdag die al populair was maar waar een iets gemixter gezelschap op afkwam.

Rosado, die het nalatenschap van de Garage doorzette in zijn eigen dj-carrière, was een van de weinigen die de kans kreeg om met Levan in de club te draaien. "Het was een totale verrassing voor me, het was op mijn verjaardag. We hadden al eerder over muziek gepraat, maar ik had echt niet verwacht dat Larry me zou vragen om te draaien," vertelt hij. Levan, die altijd trucjes uithaalde met zijn vrienden en met het publiek, draaide soms hetzelfde nummer een uur lang of schudde het publiek wakker met een dikke dreun aan lage tonen. 

Maar zijn meest kenmerkende techniek was een verhaal aan elkaar breien van verschillende nummers, waarbij iedere track weer een nieuwe zin of paragraaf in het narratief voorstelde – een verhaal dat hij je probeerde te vertellen in sets van twaalf uur.

Afgelopen zondag kwamen de oude dj's uit Paradise Garage – Rosado, DePino, Danny Krivit en Joey Llanos – samen voor een speciale reünie bij het Ministry of Sound in Londen om geld op te halen voor twee goede doelen die zich inzetten tegen HIV: Gay Men's Health Crisis uit New York en het Engelse Terrence Higgins Trust. Wij vroegen Rosado, DePino, Krivit en de man achter Ministry of Sound, Justin Berkmann – die geïnspireerd raakte door Paradise Garage – om te vertellen over hun herinneringen aan deze memorabele plek.

DEURBELEID

Victor Rosado: De eerste keer dat ik erheen ging hing ik uren voor de deur, in de hoop dat iemand me zou vragen of ik mee naar binnen wilde. Ik ontmoette een jongen, we raakten aan de praat en ik denk dat hij mij wel aardig vond – hij vroeg me mee naar binnen. Dat was het begin.

Justin Berkmann: Ik ging voor het eerst op een vrijdag, ik dacht dat het een heteroavond was. Ik was de enige blanke jongen binnen. Mensen liepen tegen me op en duwden me weg, ik begreep niet waar deze vijandigheid vandaan kwam. Toen ik naar buiten liep kwam er een jongen naar me toe: "Je moet hier niet zijn nu, maar je bent morgenavond welkom om terug te komen."

Rosado: Ik kreeg een heftig kruisverhoor de eerste keer dat ik ging, maar na een tijdje werd dat minder. Ik denk dat ze je het gewoon moeilijk wilden maken als ze je nog nooit gezien hadden.

Berkmann: Na drie mislukte pogingen kwam ik eindelijk binnen op een zaterdagavond – een avond die in eerste instantie bedoeld was als homoavond. Ik was met mijn vriend Jimmy uit Los Angeles. Hij acteerde enorm slecht aan de deur, ik denk niet dat ze ons geloofden maar ze dachten waarschijnlijk: als ze zoveel moeite doen, willen ze vast héél graag naar binnen. We gingen daarna elke week en voor we het wisten kregen we onze lidmaatschapskaarten. 

DE PLEK

Danny Krivit: Het was in een twee verdiepingen tellende oude garage voor vrachtwagens. Om bij de ingang te komen moest je een verlichte helling oplopen, en aan het einde daarvan hing een groot neon bord met het Paradise Garage-logo.

David DePino: Het zag er niet heel aantrekkelijk uit, het was in eerste instantie gebouwd om het geluid te dienen, en daarna pas voor het comfort van de leden. Er waren twee lounge area's waar je kon chillen, en er was een bioscoop. De houten vloer was bedekt met zachte stof zodat je voeten niet moe zouden worden en je tot het einde zou blijven.

Berkmann: Er was geen sterke drank en er waren geen barmannen, het was selfservice met schalen vol punch. Er was ook een bioscoop met tachtig stoelen waar je films kon kijken die ook in de normale bioscoop draaiden – ik heb geen idee hoe ze dat voor elkaar kregen. Ik kan me herinneren dat ik Three Amigos zag terwijl ik knettervaag was, ik denk niet dat ik ooit in mijn leven zo veel heb gelachen. Het is sowieso een goede film maar die avond vond ik hem extra grappig.

HET GELUID

DePino: Het geluid in Garage is nog steeds het beste wat ik ooit gehoord heb. Mensen zeggen wel eens dat The Loft het beste geluidssysteem had, maar The Loft had mooi geluid, Garage had hard geluid. Later op de avond, met het opgewarmde geluidssysteem en de mensen die de zaal vulden, veranderde de akoestiek in de zaal. Larry paste het geluid de hele avond aan zodat alles goed klonk. Soms zag je hem naar het midden van de zaal rennen om te luisteren hoe het daar klonk. De dag erna moest het geluid weer opnieuw geëqualized worden omdat het totaal niet meer klonk in de lege, opgedroogde ruimte.

Rosado: Het geluid was verschrikkelijk hard en je voelde de bas tegen je borst drukken, het golfde over de dansvloer. Ik kon niet recht voor een speaker staan, ik kon de druk van het geluid niet aan.

Berkmann: Voor mij was het geluid echt helemaal het einde. Het was de filosofie die erachter zat die het zo groots maakte. Richard Long en Levan waren constant bezig om het geluid aan te passen om het te optimaliseren. In plaats van het geluidssysteem te equalizen waren ze bezig om de zaal aan te passen. Ze gooiden dus heel het concept overhoop en pasten de ruimte aan aan het geluid in plaats van andersom.

Rosado: Larry was continu het systeem aan het aanpassen. Hij leek een beetje op zo'n gestoorde professor die contant aan het experimenteren is om dingen beter te maken.

DE ERVARING

Rosado: Zaterdagavonden waren een beetje meer schieten met wat je had – hij had een aantal platen die hij op zaterdag draaide en die erg homovriendelijk waren. Vrijdag was meer mainstream, maar zaterdag was de sky de limit.

DePino: Op één avond kon je eerst een paar nummers op de dansvloer staan, dan weer teruggaan naar de chillruimtes om met je vrienden te kletsen, dan een film kijken en daarna nog wat socializen. Het ging niet alleen om dansen, het ging om de hele ervaring.

Rosado: Het was een uitlaatklep, het was een plek om rust te vinden. Het voelde alsof Larry met zijn muziek tegen je praatte, met verschillende heldere boodschappen – het was erg powerful. Dichterbij een religieuze ervaring kom je bijna niet.

LARRY LEVAN

DePino: Ik heb altijd gezegd dat mensen naar de Garage kwamen, maar Larry nam ze mee naar 'Paradise'. Het moment van extase kon al komen na vijf of zes nummers, of na twee, maar als het kwam was het echt van: oh… my… god. Sorry voor mijn taalgebruik, maar het was net als een man die masturbeert [lacht] en eindelijk klaarkomt. Sommige beschrijven het als een religieuze ervaring, voor anderen was het meer sensueel. Er waren ook tijden dat zijn preek voelde alsof hij direct tegen je sprak – als het net uit was met je vriendje draaide hij vier of vijf nummers over iemand die iets wordt aangedaan. Als Larry een slecht humeur had, oh boy, dan was de muziek hard. Maar als hij verliefd was dan was het juist weer prachtig.

Berkmann: Hij was iemand die een verhaal vertelde met zijn muziek, met een begin, midden en eind. Dan stopte de muziek en ging iedereen klappen, en vervolgens zette hij weer een nieuwe track op. Het is totaal anders dan wat dj-en tegenwoordig inhoudt.

Rosado: Hij had ballen en hij was niet bang om ze te laten zien [lacht]. Hij pikte niets. Het boeide hem geen fuck wat de eigenaren dachten of zeiden, het boeide hem ook niet wat iemand dacht of zei, hij deed altijd wat wij wilden. Of dat nou betekende dat hij twee nummers aan elkaar moest mixen of hetzelfde nummer steeds opnieuw moest draaien, hij deed het gewoon.

Berkmann: Hij hield altijd iedereen voor de gek, hij vond dat heerlijk en hij was ook een grappige vent. Toen hij na het sluiten van de Garage draaide bij Ministry, draaide hij Finally van CeCe Peniston vijfenveertig minuten lang, in een loop. Dat laat zien hoe de man in elkaar zat, kloten met het publiek door hetzelfde nummer drie kwartier lang te draaien, alleen maar om ervoor te zorgen dat de mensen Finally zouden zeggen wanneer hij eindelijk een ander nummer opzette. 

Rosado: Hij was de meester van de manipulatie. Mensen kwamen ook naar hem kijken om gemanipuleerd te worden. Zoals Larry altijd zei: "Ze willen dat ik ze fuck, dus beter doe ik het dan ook goed" [lacht]. Soms namen mensen dat ook letterlijk, ze riepen dan: 'Ik wil kinderen van je!' en dan draaide hij een bepaald soort nummers, snap je?

DePino: Hij was erg strategisch, hij kon zich aanpassen aan de reacties van het publiek. Het was alsof hij aan het schaken was met de dansvloer: "Oh dus jij deed dit, wacht maar tot je ziet wat ik nu ga doen." Op dat soort momenten kreeg Larry de grootste glimlach op zijn gezicht omdat de dansvloer hem uitdaagde, en hij wist dat de mensen aan het wachten waren op een antwoord.

DRAAIEN BIJ DE GARAGE

Krivit: Larry zei het vaak heel casual tegen me: "Ik ga even dansen, draai jij even een paar platen?"

Rosado: Het was alsof hij me de controle gaf over een vliegtuig waarvan de kans bestond dat ik het zou laten neerstorten – maar gelukkig is dat niet gebeurd. Toen ik mijn eerste nummer draaide en het publiek schreeuwde, kreeg ik zo veel energie dat ik even weg moest van de draaitafel, omdat het voelde alsof ik een hartaanval kreeg.

DePino: Bij mij ging het toevallig. Ik werkte bij de Garage en ik zette nummers aan voor Larry als hij een beetje te laat was – dat werd ook door het publiek geaccepteerd omdat ik daar werkte en omdat ik bevriend was met Larry. Ik was respectvol: als ik de eerste twee of drie uur het publiek warm moest draaien, draaide ik geen platen waarvan ik wist dat Larry ze zou draaien.

Berkmann: Ik bracht hem naar Ministry omdat zijn club, en hijzelf, mij geïnspireerd hebben om mijn eigen club te beginnen. Ik wilde zijn stempel op mijn club, het was mijn droom om hem bij mij te laten draaien. Hij zou eigenlijk maar een weekend blijven, maar in plaats daarvan kwam hij acht dagen te laat en bleef hij drie maanden.

WAT HET ZO UNIEK MAAKTE

DePino: Alle clubs zijn een soort van manier om te ontsnappen denk ik, en dat was Garage ook. Je ging niet helemaal netjes aangekleed naar de Garage om een man of vrouw te versieren, je ging in je jeans en nam zelfs een reserve mee voor als je zweterig werd – er waren zelfs kleedkamers. Het ging allemaal om lekker dansen. Iedereen was welkom, of je nou achttien of tachtig was, zwart of wit, Aziatisch of hispanic, homo of hetero, er waren zelfs mensen in rolstoelen. Als je kwam om plezier te maken, zat je altijd goed.

Rosado: Het was een thuis, een veilige haven, en die gedeelde ervaring bracht ons allemaal bij elkaar. Er waren homoseksuelen, heteroseksuelen, travestieten – witte, zwarte en Aziatische mensen. Het was een mengelmoes. Iedereen kwam om zichzelf te laten zien.

DePino: Het kostte wat tijd om de vrijdagavonden op te bouwen omdat het even duurde voordat het woord zich verspreidde dat het echt een veilige plek was voor homoseksuelen, en voordat ze doorhadden dat er geen invallen door de politie zouden plaatsvinden. De homogemeenschap moest voorzichtig zijn, ze wisten nooit wat ze konden verwachten. Maar toen het vuurtje eenmaal begon te lopen, was het net of je in een wereld van acceptatie rondliep: een wereld zonder mensen met een oordeel.